‘We hadden allemaal een eigen tegel’

Vandaag is het eindelijk zover. Na 15 jaar keert het carnaval weer terug in Buurthuis Gageldonk. Drie dagen lang leut onder het motto ‘Laot’oew nie strikke’. De aftrap vond gisteren al plaats met de Kindercarnavalsdisco. Hopelijk wordt het net zo gezellig als vroeger.
Over die begintijd spraken wij met Toine van Nispen (71) de eerste voorzitter van het toenmalig bestuur van het buurthuis en ook oud-prins carnaval.

De eerste bewoners

Vragen stellen hoeft de verslaggever amper te doen tijdens het interview. Eenmaal op zijn praatstoel raakt Toine van Nispen niet uitgepraat over hoe het allemaal begon in de Haagse Beemden aan het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw. Toen de eerste bewoners zich in de nieuwste wijk van Breda hadden gevestigd. Ondanks een verkoudheid vertelt hij enthousiast aan een stuk door.
“Samen met 122 andere gezinnen, waren wij de eerste bewoners van de wijk. Er was toen helemaal niets te doen hier in Hazenberg. Ja zo heette het toen hier in dit buurtje”, doelend op het eerste gedeelte van de wijk dat nu Gageldonk heet.

Enthousiaste bewoners

“Al snel besloot een groepje bewoners, waaronder Fred Slegers en Ton Krezeswski en ik dat we iets moesten doen. We gingen alle 123 huizen langs om mensen te interviewen, om ze te vragen wat ze wilden en wat ze verwachten van de wijk. De gemeente organiseerde toen een avond voor de bewoners in de Texasbar. Wij hebben tegen de bewoners gezegd kom naar die informatieavond want daar zit iedereen van de gemeente, de wethouder en ambtenaren en dat is de gelegenheid om vragen te stellen.

De mensen van de gemeente schrokken zich een ongeluk. Zij waren gewend dat op zo’n bijeenkomst een man of 15, 20 komt. Nu was de Texasbar zo bomvol dat ze overal vandaan stoelen moesten halen. De bewoners waren heel enthousiast. Ze hadden allerlei ideeën.

Haagse Beemden Koerier

Op die avond besloten we met een clubje om een wijkkrantje te gaan maken. De Haagse Beemden Koerier. Maart 1979 kwam het eerste nummer uit. Gratis uitgegeven door uitgever Chef van der Zande, ook een bewoner van de wijk. Er stond van alles in, de verjaardagen van alle kinderen in de wijk, als de pastoor nieuws had kwam het er in, nieuwtjes van clubjes die werden opgericht, de schaakclub, de tennis club THB. Ikzelf had een serie over de wijkagent, wat doe’tie, wat zijn z’n taken. Wij kwamen jaren uit. Hoe vaak ook al weer?” Vraagt hij kijkend naar zijn vrouw die op de achtergrond meeluistert. ‘Om de veertien dagen’. “Ja, om de veertien dagen en dat was erg leuk om te doen.”

Carnaval in de Haagse Beemden

Van het een kwam het ander. Er werd een groepje gevormd, Recreatie Hazenberg. Dit groepje ging van alles en nog wat organiseren voor de wijkbewoners. Zoals een groot buurtfeest op de eerste zondag in september. Op een stuk onbebouwde grond aan het begin van de Spank.
Een aantal keren tijdens het gesprek zegt de eerste voorzitter van de Beemdentil, de Til zoals hij het nog steeds noemt, dat het hem spijt dat het interview alleen met hem plaatsvindt. Hij had graag ook anderen erbij gehad, die aan de wieg hebben gestaan van het carnaval in de Haagse Beemden.
“Dat waren Ton Krezeszwski en Fred Slegers. Die woonden hier in de straat tegenover elkaar en ontmoetten elkaar vaak tijdens het sporten en zij zijn eigenlijk de initiatiefnemers geweest. Ik kwam er toen bij en nog een paar andere mensen. “
De eerste carnavalsvoorbereidingen vonden plaats in een bouwkeet van de voormalige bouwonderneming Wilma. Die stond aan de overkant van de straat waar nu het gebouw de Aardrijk staat. “Wij noemden dat de houtworm.
Maar voordat het gebouw van de Beemdentil klaar was, hebben we carnaval in de Texasbar gevierd. En dat was toen, denk ik in 1980, 1981, alleen op de zondagavond. Want op de andere dagen van carnaval was de Texasbar voor de mensen uit Prinsenbeek. Als we na de optocht naar de Texasbar liepen zag je in de verte al de rook uit het gebouw komen, zo druk was het.”

Een groeiproces

Maar zo druk als het carnaval was in de Texasbar, zo stil was het nog in het begin, rond 1983, in de Beemdentil. “We waren wel iedere dag open, maar het was nog niet zo gek druk. We moesten de mensen nog richting het gemeenschapshuis (zo noemde hij het liever) zien te krijgen. Het ging ieder jaar wel steeds vooruit, het heeft moeten groeien.
We waren vanaf ’s middags open en hadden toen eerst het ‘snotpinikkenbal’ en ‘s avonds was voor de grote mensen. De optocht begon bij de Donk. Het waren toen hele grote wagens. Helaas dat de optocht nu bijna niks meer is”, verzucht hij.

Naam Giegeldonk ‘gestolen’

Ook de scholen in de Haagse Beemden gingen meedoen met carnaval. De grootste school toen was de Werft. Het hoofd van de school Loek Koks, noemde zijn school tijdens carnaval Giegeldonk, vanwege de giegelende kindertjes. Van Nispen: “Ik vond dat toen zo’n toffe naam. Ik heb hem toen gevraagd of wij de carnavalsvereniging de Giegeldonk mochten noemen. De naam is dus eigenlijk ‘gestolen’ “, zegt hij lachend.

Prins Ant-1

Toine van Nispen heeft niet alleen in de Raad van Elf gezeten, maar was zelf in 86, 87 en 88 Prins Carnaval van Giegeldonk. Prins Ant-1 (spreek uit Antwon). Daar bewaart hij hele fijne herinneringen aan. Trots vertelt hij dat hij de enige prins is geweest die zijn eigen cape had en die cape, inclusief wit smokingjasje en vest heeft zijn vrouw Bernadette gemaakt.
Carnavalsvereniging Giegeldonk heeft een speciaal register van oud-prinsen geopend. Deze heren, waarvan er nu nog 10 over zijn, komen nog elk jaar bij elkaar tijdens de Oud-Prinsjesdag. “Dat is op de derde dinsdag in november, na elf elf. En we hebben dan de grootste lol met elkaar.”

‘Eigen tegel’

Toine van Nispen vindt het een goeie zaak dat het carnaval vanaf dit jaar weer terug is in Buurthuis Gageldonk. “Als organisatie moet je zorgen dat het carnaval nu over de hele wijk Haagse Beemden verspreid is. Sinds bekend is dat het carnaval weer terugkomt hoor je ook weer de verhalen over hoe gezellig het er vroeger was. Je wist elkaar gewoon te vinden in het buurthuis. We stonden altijd op dezelfde plaats. We hadden allemaal een eigen tegel! Zeggen we dan.”